Lorentzplein
MAURITS VAN VOOLEN
25 augustus 1909 (Haarlem) - 1 april 1944 (Warschau)
LORENTZPLEIN 11
Maurits werd door de familie Broer genoemd, ter onderscheiding van zijn neef en buurjongen die ook Maurits heette.
In februari 1911 hadden zijn vader Israël en zijn oom Gompert (George) twee identieke, gespiegelde woonhuizen laten bouwen aan het Spaarne in Haarlem, de nummers 25 en 27. Voor die huizen liggen nu de eerste twee struikelstenen in Haarlem. Achter hun huizen runden de twee broers een warenhuis.
Om zich voor te bereiden om het bedrijf van zijn vader zou overnemen, werkte hij in Duitsland in grote en kleine warenhuizen, onder andere in Chemnitz. Daar zal hij Mally Rosenfeld hebben leren kennen. Na hun huwelijkop 25 april 1934 gingen zijaan het Lorentzplein 11 in Haarlem wonen. Daar werd op 9 november 1935 hun zoon Johnny geboren. Maurits was inmiddels begonnen als inkoper bij de Hema. In 1939 verhuizen zij naar Plaats 5 in Den Haag, waar Mally een winkel-atelier had.Dankzij zijn neef Maurits (1906), die als advocaat aan de Joodse Raad verbonden was, kreeg Maurits een Sperreop31 juli 1942.Als ‘Controleur van alle uitrustingsdepots en medewerker voor soc. Zorg’ was hij voor de Joodse Raad werkzaam en als zodanig voorlopig vrijgesteld van een oproep. In de onderduik is het gezin verraden enverraden enkwamop 22 april 1943als strafgevallenterecht in kamp Vughtvanwaar ze op 3 juli 1943 overgebracht zijn naar Westerbork. Vandaarwerd hij samen met zijn echtgenote en zoon op 31 augustus naar Auschwitz gedeporteerd.
Mally en Johnny zijn op 3 september 1943 bij aankomst vermoord. Maurits is op 7 oktober 1943 vanuit Auschwitz in een transport van 1032 mannen waaronder ca 200 Nederlanders als dwangarbeider doorgestuurd naar concentratiekamp Warschau, dat in 1943 was ingericht om elk spoor van het uitgemoorde joodse getto uit te wissen, dus alle gebouwen af te breken en lijken te verbranden. Daar is Maurits door honger, uitputting of tyfus ergens vóór 1 april 1944 omgekomen. Het kamp zou pas begin augustus 1944 door de Polen bevrijd worden.
Hij werd 34 jaar.
MALLY RUCHEL VAN VOOLEN-ROSENFELD
28 oktober 1912 (Chemnitz) - 3 september 1943 (Auschwitz)
LORENTZPLEIN 11
Beroep: modiste
Amelie ‘Mally’ Ruchel Van Voolen- Rosenfeld. Zij was de dochter van Markus Rosenfeld (1877) en Jocheta Kesler (1880), beiden afkomstig uit de toenmalige Oostenrijks-Hongaarse provincie Galicië, sinds 1918 Pools en nu Oekraïens. Zij was opgeleid als modiste aan de Höhere Mädchenbildungsanstalt in Chemnitz en hield van zingen.
Haar ouders en haar broer Adolf (1906) zijn in oktober 1938 tijdens de zogenaamde Polenaktion naar Krakau uitgewezen. Op 6 december 1938 diende zij samen met haar man bij de minister van Justitie een verzoek in om haar ouders naar Nederland te laten overkomen. Er kwam geen antwoord. Op 7 oktober 1939 schreven Mally en Maurits nog een brief. In 1939 konden de ouders van Mally naar Enschede. De ouders van Mally zijn opgepakt en via kamp Westerbork naar Sobibor gedeporteerd en daar op 28 mei 1943 vermoord. Voor haar en haar ouders liggen er sinds september 2018 struikelstenen aan de Theaterstrasse 36 in Chemnitz, waar de familie gewoond heeft.
In mei 1939 verhuist het gezin naar Plaats 5 in Den Haag, waar Mally een winkel-atelier had: Madelon Chapeaux. Haute Mode et Nouveautés. Plannen om te emigreren mislukten.
Mally en haar gezin zijn tijdens de onderduik verraden en op 22 april 1943 als strafgevallen naar kamp Vught getransporteerd, en vandaar op 3 juli naar Westerbork en op naar Auschwitz gedeporteerd, waar zij en Johnny op 3 september 1943 zijn vermoord. Naar aanleiding van een lezing van schrijfster Ida Vos kreeg Edward van Voolen in 1985 van een onbekende vrouw een houten naaikistje, dat zij van Mally in bewaring had gekregen.
Zij werd 30 jaar.
Mally met haar zoontje Johnny
(Privécollectie Van Voolen)
JOHNNY VAN VOOLEN
9 november 1935 (Haarlem) - 3 september 1943 (Auschwitz)
LORENTZPLEIN 11
Johnny van Voolen (Joseph ben Mozes) is verraden in de onderduik.
In 1942 stond de familie ingeschreven aan de Anna Paulownastraat 81 in Den Haag. Ida Vos-Gudema (1931-2006 heeft over Johnny en zijn ouders geschreven in ‘Wie niet weg is wordt gezien’ (1976, p.61-62) en later in het Auschwitz Bulletin (42,1 januari 1998, p. 11-13). Haar moeder Bertha Gudema-Blok was de zuster van Jacob Zadok Blok (1904 – Mauthausen 1942) die daar tot zijn arrestatie had gewoond. Een van zijn overlevende zonen, Bob Zadok Blok (1928) had Johnny goed gekend en van hem kreeg zijn neef Edward van Voolen in 1987 de enig bekende foto’s van hem en zijn moeder.
Dankzij zijn neef Maurits (1906), de zoon van Gompert, die als advocaat aan de Joodse Raad verbonden was, had Johnny’s vader Maurits een Sperre gekregen. Daarmee was hij vanaf 31 juli 1942 voor de Joodse Raad werkzaam als ‘Controleur van alle uitrustingsdepots en medewerker voor soc. Zorg’ en als zodanig voorlopig vrijgesteld van een oproep.
In de onderduik verraden, want kwam het gezin als strafgeval op 22 april 1943 terecht in kamp Vught. Op 3 juli 1943 werden Maurits, Mally en Johnny naar kamp Westerbork vervoerd. Johnny werd ook daar als “strafgeval” geregistreerd en kwam terecht in barak 67.
Op de kaart van de Joodse Raad staat over Maurits het volgende:
3-7-43: Betr. toont brief Prof. Cohen, op 2-7-43 in Vught afgegeven, dat betr. wacht op beslissing uit Haag omtrent Sperrung. Verzoek Prof. Cohen de sperbewijzen omgaand te sturen.
31-8-43: Moeten voor betr. 3) medicijnen worden gestuurd?
Met ‘betr. 3’ wordt Johnny bedoeld. 31 augustus 1943 is de dag van het transport naar Auschwitz. De moeite die Maurits deed om in kamp Westerbork te blijven, bleek tevergeefs. De laatste notitie op de kaart van Maurits is:
2-9-43: Verdere stappen doelloos.
Johnny is samen met zijn moeder direct na aankomst op 3 september 1943 in Auschwitz vermoord.
Hij werd 7 jaar.
Voor meer informatie over de familie Van Voolen, zie het artikel E. van Voolen, Spaarne 25 en 27, in: Joodse Huizen, 2015, p. 139-146