Zaanenlaan

BENJAMIN DE VRIES
26 november 1884 (Haarlem) – 6 september 1944 (Auschwitz)

Zaanenlaan 62

Vanaf het begin van de jaren 1880 heeft Benjamins vader Jacob Abraham (1845-1917) in Haarlem een zaak in “glas en aardewerk”. Het derde adres van vestiging bevindt zich op Smedestraat 41 en staat bekend onder de naam “Firma Jacob de Vries”. Het gezin De Vries woont boven de winkel. Van de acht kinderen zetten Benjamin (roepnaam Bernard) en Izak Jacob ‘Jacques’de zaak voort. In 1921 wordt de winkel naar Smedestraat 1 verplaatst, op de hoek met de drukke Kruisstraat.

Bij het begin van de oorlog woont Bernard er met zijn echtgenote Sara (‘Suze’) van Kloeten, hun kinderen Jacob (‘Jaap) (geb. 8 mei 1914’) en Esther (‘Stella’) (27 juni 1915 - 19 november 1942). Daarnaast wonen bij hen in Sara’s ouders Salomon Benjamin van Kloeten (1864-1947) en Esther van Kloeten-Heijmans (1864-1941).

Dochter Esther huwt in 1935 de winkelier Isaak van Vlijmen en gaat met hem wonen in Hilversum. Zij krijgen een dochter Lisette die de oorlog overleeft. Zoon Jaap huwt op 31 maart 1940 Rosalie Stern. Zij gaan wonen op Zaanenlaan 62. Hun drie op de Zaanenlaan geboren kinderen Debora, Barend Meijer en Benjamin Jacob overleven de oorlog. Op 18 mei 1942 trekken de (schoon-)ouders en Jaaps opa Salomon Benjamin van Kloeten bij hen in.

Bernard en zijn echtgenote wonen maar kort op de Zaanenlaan. Zij duiken aan het eind van het jaar 1942 onder, maar komen terecht op een adres waar zij worden afgeperst. Uiteindelijk zien zij kans daar weg te komen en komen dan terecht in Heemstede bij hun inmiddels ook ondergedoken zoon Jaap en schoondochter Rosalie. Helaas zijn zij vanuit hun eerdere adres door hun geldeisende ‘beschermer’ gevolgd en hij informeert de Haarlemse politie. Op 30 juni 1944 worden door de beruchte politieagaent Fake Krist, op 25 oktober 1944 doodgeschoten door het verzet, op het Haarlemse politiebureau Jaap, Rosalie en Jacobs ouders vastgezet. Op 13 juli gaan de twee generaties De Vries met hun echtgenotes op transport naar Westerbork waarna zij op 3 september 1944 verder gaan naar Auschwitz-Birkenau. Direct naar aankomst wordt Bernard de Vries vermoord.

Bernards broer en mede-eigenaar van de winkel op Smedestraat 1 Izak Jacob ‘Jacques’ de Vries (1891-1985) overleeft de oorlog. In 1949 wordt het pand formeel eigendom van Jacques de Vries en Lisette van Vlijmen, de dochter van Esther van Vlijmen-De Vries en Isaak van Vlijmen.

Deportatie uit Westerbork op 3 september 1944.

Vermoord in Auschwitz op 6 september 1944.

Hij werd 59 jaar.

Sara de Vries-Van Kloeten en Benjamin 'Bernard' de Vries

SARA DE VRIES-VAN KLOETEN
8 januari 1891 (Zierikzee) – 30 april 1945 (Midden Europa)

Zaanenlaan 62

Sara (roepnaam ‘Suze’) van Kloeten huwt in 1913 in Leiden met de Haarlemse winkelier Benjamin ‘Bernard’ de Vries. Eerst woont zij met haar man en de kort na het huwelijk geboren kinderen Jacob en Esther op Smedestraat 41 en vanaf 1921 op Smedestraat 1. Het echtpaar woont er boven hun winkel in huishoudelijke artikelen. Bij het begin van de oorlog wonen haar ouders Salomon Benjamin van Kloeten (1864-Amsterdam 15 juli 1947) en Esther van Kloeten-Heijmans (1864-1941) bij hen in. Sara’s moeder overlijdt op 22 januari 1941 op de Smedestraat.

Als Jacob op 31 maart 1940 trouwt met zijn verloofde Rosalie (roepnaam Ro) Stern) gaan zij wonen op Zaanenlaan 62. Op 18 mei 1942 trekt Sara met haar man en haar vader in bij haar zoon en schoondochter op de Zaanenlaan.

Sara en Bernard duiken eind 1942 of begin 1943 onder maar komen terecht op een adres waar zij worden afgeperst. Uiteindelijk zien zij kans daar weg te komen en komen dan terecht in Heemstede bij hun ondergedoken zoon en schoondochter. Helaas zijn zij vanuit hun eerdere adres door hun geldeisende ‘beschermer’ gevolgd en hij informeert de Haarlemse politie. Op 30 juni 1944 wordt Sara met haar man, zoon en schoondochter op het Haarlemse politiebureau vastgezet. Twee weken late volgt het transport Westerbork, en het volgende transport op 3 september 1944 van Westerbork naar Auschwitz. Daar wordt zij ingezet voor dwangarbeid. Vervolgens gaat Sara op een onbekende datum opnieuw op transport vanuit Auschwitz.

Zeker is het dat zij op 28 februari 1945 aankomt in het concentratiekamp Flossenbürg. In dit kamp, en subkampen eromheen, worden gevangenen ingezet voor dwangarbeid. Velen sterven er door de combinatie van ondervoeding, zwaar werk en ziekten. Flossenbürg is volgens de gegevens van het Rode Kruis de laatst bekende verblijfplaats van Sara geweest. Haar overlijdensdatum ligt volgens de gegevens van Rode Kruis ergens tussen 15 april 1945 en 10 mei 1945. Waarschijnlijk is zij op dodenmars vanuit Flossenbürg onderweg of misschien na aankomst in Mauthausen overleden. Haar man en schoondochter Rosalie Stern vonden de dood in Auschwitz; haar zoon Jacob overleefde de oorlog.

Sara’s vader Salomon Benjamin van Kloeten dook onder op een onbekend adres en staat in Haarlem op 1 februari 1943 officieel geregistreerd met de letters VOW (Vertrokken Onbekend Waarheen, dwz ondergedoken). Na de oorlog wordt hij voor het eerst weer geregistreerd op 22 november 1945, wonende op Cederstraat 45 in Haarlem. Hij overlijdt in 1947 in Amsterdam.

Deportatie uit Westerbork op 3 september 1944.

Vermoord in Midden Europa op 30 april 1945.

Zij werd 54 jaar.

Nationaal Archief: Archief Nederlandse Rode Kruis

ROSALIE DE VRIES-STERN
25 augustus 1914 (Groningen) – 13 oktober 1944 (Birkenau)

Zaanenlaan 62

Rosalie is een dochter van de bedrijfsleider Barend Meijer Stern (1883-Haarlem 1953) en Martha van Gelder (1887-Haarlem 1967). Haar in Den Bosch wonende oudere broer Meijer wordt vermoord in Sobibor ( 2 juli 1943) maar haar ouders overleven de oorlog. Hun huis op Van der Vinnestraat 14zw in Haarlem wordt in de oorlog in beslag genomen door de NSB’er Frederik Slot. Na de oorlog wonen zij op Barteljorisstraat 2.

Als Rosalie (ook vermeld als Rosette, vernoemd naar haar oma; roepnaam Ro) op 31 maart 1940 trouwt met Jacob ‘Jaap’ de Vries (verloofd sinds 18 november 1934) gaan zij wonen op Zaanenlaan 62. Daar worden op 21 december 1940 hun dochter Debora en op 13 augustus 1942 de tweeling Barend Meijer(roepnaam Bob) en Benjamin Jacob (roepnaam Ben) geboren. Op 18 mei 1942 trekken vanuit Smedestraat 1 Jaaps ouders en zijn grootvader Salomon Benjamin bij hen in. De ouders laten daarmee hun huis en hun winkel in huishoudelijke artikelen op dat adres achter zich.

Niet lang daarna splitsen de bewoners van Zaanenlaan 62 zich op en vertrekken naar verschillende onderduikadressen. De drie kindertjes van het echtpaar De Vries-Stern worden ondergebracht op een internaat voor schipperskinderen. Zij overleven daar de oorlog.

Jaap en Rosalie duiken eerst onder onder in Opheusden en Haarlem Noord en tenslotte in november 1942 op hun derde onderduikadres: in Heemstede op Hugo de Grootlaan 14 bij Jo Nieuwenhuis-Schilpzand (in 1992 postuum gedecoreerd met de Yad Vashem onderscheiding). Jaap en Rosalie hebben er de schuilnamen Kees en Bep Klok. Benjamin en zijn echtgenote komen later ook terecht in Heemstede bij hun zoon en schoondochter. Door verraad wordt de ondergedoken familie samen met Jo Nieuwenhuis-Schilpzand op 30 juni 1944 op het Haarlemse politiebureau vastgezet. Op 13 juli gaan de twee generaties De Vries met hun echtgenotes op transport naar Westerbork waarna zij op 3 september 1944 verder gaan naar Auschwitz-Birkenau.

Rosalies schoonvader Benjamin de Vries wordt direct na aankomst in Auschwitz vergast. Diens echtgenote Sara de Vries-Van Kloeten overlijdt door ziekte en uitputting kort voor de bevrijding. Rosalie overlijdt door tyfus en uitputting in Birkenau op 13 oktober 1944.

Rosalies echtgenoot Jaap overleeft de oorlog. Bij zijn aankomst in Auschwitz zijn Russische troepen inmiddels in opmars richting Duitsland. In oktober 1944 sluiten de Duitsers de gaskamers en dwingen 60.000 gevangenen te lopen naar het westen met de zgn. dodenmarsen. 4500 gevangenen die te ziek of zwak zijn, onder wie Jaap, worden met enkele bewakers achtergelaten. Als op 27 januari 1945 Auschwitz wordt bevrijd, is Jaap een van de overlevenden. Jaap komt, na herstel van zijn gezondheid dankzij Russische en Poolse zorgverleners, via Odessa per schip naar Marseille in mei 1945. Van daar keert hij eind mei 1945 terug in Haarlem. Vrijwel tegelijkertijd arriveert Jo Nieuwenhuis-Schiltkamp in Heemstede die de kampen Ravensbrück en Dachau overleefde.

Na de oorlog worden de erfgenamen De Vries in 1949 hersteld in hun recht op de woning en de winkel op Smedestraat 1. Jaaps oom Izak Jacob ‘Jacques’ de Vries is dan voor de helft eigenaar en namens zijn vader is Jaap mede-eigenaar en bewindvoerder. Jaap doet afstand van zijn recht en zet het andere halve eigendomsrecht op naam van Lisette van Vlijmen (geb. 8 mei 1941), de overlevende dochter van Jacobs zus Esther van Vlijmen-De Vries, in 1938 getrouwd met Isaak van Vlijmen. Lisettes ouders werden in de oorlog vermoord. Het oorlogsverhaal van Lisette is opgetekend in Daphne Meijers Onbekende kinderen: de laatste trein uit Westerbork (Amsterdam 2001). Tot 1973 blijft de winkel in huishoudelijke artikelen op Smedestraat 1 bestaan, in de laatste decennia voor 1973 geëxploiteerd door Jacques M. de Vries en diens dochter Leny en schoonzoon Lou Slosser; geen familie van Jaap en Izak Jacob ‘Jacques’ de Vries.

Behalve voor zijn vader Bernard de Vries treedt Jaap in 1945 op als beheerder van de vermogens van twee zussen en een oom: Engelina Lenderink-De Vries (1886-Auschwitz 1943, weduwe van B.A.A. Lenderink, overl. 1932), Henriëtte de Vries (1888-Birkenau 1945) en Henri de Vries (1894-Auschwitz 1942).


Deportatie uit Westerbork op 3 september 1944.

Vermoord in Birkenau op 13 oktober 1944.

Zij werd 30 jaar.

J.-J. van den Berg en J. de Roos, Fout volk. Roof, verraad en repressie in Haarlem en omgeving, 1940-1945 (Haarlem 2023) p. 182; Haarlems Dagblad 20 oktober 1945.

SALOMON SIMONS
3 december 1896 (Utrecht) - 2 juli 1943 (Sobibor)

ZAANENLAAN 79

Salomon Simons kwam uit een Utrechts orthodox Joods gezin met acht kinderen. Zelf lijkt hij niet erg gelovig te zijn geweest want zijn huwelijk met Johanna Annelise Woudstra op 14 mei 1929 was alleen voor de burgerlijke stand in Enschede. Ze kregen twee kinderen, die de oorlog in de onderduik hebben overleefd. 

Salomon studeerde diergeneeskunde en werkte als veearts vanaf 1936 bij de keuringsdienst van Waren voor het gebied Haarlem. Op 21 november 1940, werd hij op last van het gemeentebestuur, van zijn werkzaamheden ontheven omdat hij Joods was. Hij was belast met het toezicht op de visafslag te IJmuiden en bezocht daarnaast ook geregeld vishandelaren, die vis verkochten in winkels of ermee ventten en inspecteerde hij rokerijen, haringpakkerijen, visconserven-fabrieken en markten. Hij verrichtte bovendien wetenschappelijk werk  naar de kwaliteit van de verschillende vissoorten. De resultaten legde hij vast in een boekwerkje dat hij in samenwerking met A. van der Laan, directeur van het marktwezen in Amsterdam in 1940 uitgaf. En dan nog had hij de tijd om ’s avonds bij hem thuis spreekuur te houden voor Haarlemmers en hun huisdieren.

Deportatie uit Westerbork op 29 juni 1943.

Vermoord in Sobibor op 2 juli 1943.

Hij werd 46 jaar.

JOHANNA ANNELISE SIMONS-WOUDSTRA
29 november 1911 (Lünen) - 2 juli 1943 (Sobibor)

ZAANENLAAN 79

Johanna Annelise  was een leerling van Willem Andriessen, ze studeerde af aan wat nu het Conservatorium van Amsterdam heet. Voor haar eindexamen speelde ze het tweede piano concert van Saint-Saëns. Annelise had een voorkeur voor de Franse impressionisten zoals Debussy, Ravel, en Fauré, die voorkeur was ook te merken in de vele bladmuziek die ze naar haar dood achterliet. Maar ze heeft ook een proefplaatje gemaakt waarop ze uitsluitend Chopin speelde. Uit overlevering is bekend hoe gelukkig Annelise was met het wonen in Haarlem.

Deportatie uit Westerbork op 29 juni 1943.

Vermoord in Sobibor op 2 juli 1943.

Zij werd 33 jaar.

Vorige
Vorige

9-11-2022

Volgende
Volgende

Brouwerskade