Frederikspark

LOUIS GROEN
10 maart 1881 (Amsterdam) – 31 oktober 1944 (Auschwitz)

Frederikspark 10

Louis werd geboren in Amsterdam op 10 maart 1881 als 5e van 6 kinderen. Zijn ouders waren Gerrit Groen en Rebecca Delmonte. Hij had 4 oudere zussen en 1 jongere broer. In 1900 werd hij vrijgesteld van militaire dienst vanwege broederdienst. Als beroep wordt vermeld Handelsreiziger, later koopman. Waarin of voor wie hij handel dreef, is onbekend.

Deportatie uit Westerbork op 4 september 1944.

Deportatie uit Theresienstadt op 28 oktober 1944.

Vermoord in Auschwitz op 31 oktober 1944.

Hij werd 63 jaar.

ELISABETH GROEN-LEVIJ
20 september 1877 (Amsterdam) – 31 oktober 1944 (Auschwitz)

Frederikspark 10

Elisabeth werd geboren in Amsterdam op 20 september 1877 als 4e van 6 kinderen. Haar ouders waren Abraham Levij en Jeanette Elcus.  Elisabeths broer Ahron overleed in 1931, broer Samuel en zus Francisca werden beide in september 1942 vermoord in Auschwitz. 2 zussen, Marie en Theresia overleefden de oorlog. Elisabeth  was onderwijzers in handwerken.

Deportatie uit Westerbork op 4 september 1944.

Deportatie uit Theresienstadt op 28 oktober 1944.

Vermoord in Auschwitz op 31 oktober 1944.

Zij werd 67 jaar.

Hun gezamenlijk verhaal

Elisabeth en Louis trouwden op 27 juli 1904 in Amsterdam. In de jaren twintig verhuisde het gezin naar Heemstede. In 1935 wordt als adres vermeld Heemsteedse Dreef 172. Bij godsdienst staat in de bevolkingsadministratie “geen”. Op 20 mei 1940 worden zij beide ingeschreven op het adres Frederikspark 10 in Haarlem. Ze wonen dan even in bij hun dochters.
In 1906 is hun dochter Kitty Jeanne geboren, in 1909 dochter Jeanette Betsy.
Kitty huwt in 1934 met de architect Albert Victor Hartogh. Kitty woont en is dan eigenaar van het huis in het Frederikspark. Zij verhuist begin september 1940 met Victor naar Amsterdam. Zij is sociaal werkster. In juni 1941 scheiden Kitty en Victor. Victor is hoofd gebouwendienst van de Joodsche Invalide in Amsterdam geworden en trouwt begin 1942 met het hoofd van de huishoudelijke dienst. Hij overleeft de oorlog. Frederikspark 10 blijft eigendom van Kitty die na de scheiding in Amsterdam blijft wonen en in onderduik de oorlog overleeft. In juli 1945 woont ze op de Keizersgracht in Amsterdam en vertrekt in 1953 voor een paar jaar naar Amerika.

Jeanette trouwt in 1942 met Henri Cosman en verhuist naar Amsterdam. In januari 1943 wordt hun zoontje Hans geboren. Het hele gezin wordt vanuit Amsterdam gedeporteerd en via Westerbork naar Auschwitz gevoerd. Jeanette en Hans worden hier in oktober 1944 vermoord. Henri overleeft de deportatie.

Louis en Elisabeth wonen vanaf mei 1940 in het Frederikspark. Eind 1942 wordt de dreiging van deportatie groter en besluiten zij onder te duiken. Louis gaat naar Heemstede naar de familie Willemse in de Johannes' Vermeerstraat. Elisabeth duikt onder bij hun huishoudster Hendrika Klederman in de Romolenstraat in Haarlem.
Op 27 mei 1944 wordt eerst Elisabeth gearresteerd in de Romolenstraat. Het dienstmeisje Gerry Mol die voor Elisabeth en Louis boodschappen deed, moet daarna met de agenten Faber en Soede mee naar Heemstede. Onduidelijk is of Gerry Mol of anderen de onderduikadressen verraden hebben. Louis wordt gearresteerd bij de familie Willemse. De onderduikgevers worden uiteindelijk niet bestraft.
Louis en Elisabeth worden na verhoor in Amsterdam naar Westerbork gebracht. Zij worden gedeporteerd met het laatste transport naar Theresienstadt op 4 september 1944. Op 28 oktober 1944 worden ze gedeporteerd naar Auschwitz en vrijwel meteen na aankomst vermoord.

De agenten die Louis en Elisabeth arresteerden, hebben in Haarlem vele onderduikers en Joodse mensen opgepakt. Faber werd nog tijdens de oorlog doodgeschoten. Willem Soede is in mei 1945 meteen gearresteerd en veroordeeld. Naar eigen zeggen heeft hij steeds geprobeerd om juist arrestaties te voorkomen en diende in 1986 daarom een aanvraag in voor een verzetspensioen. Dit werd vanwege onwaardig gedrag afgewezen.

Zoals gezegd was Kitty Groen de eigenaar van het huis in het Frederikspark. In augustus 1943 werd het huis geregistreerd als Joods bezit en verkocht aan een NSB-slager uit Amsterdam voor f. 10.500. Diezelfde dag verkocht hij het aan een beruchte Duitse Verwalter, Anna Putarick voor f. 20.500. In 1948 kreeg Kitty het huis in het kader van rechtsherstel weer terug. Ze is er niet meer gaan wonen en verkocht het huis in 1951.

Vorige
Vorige

Coornhertstraat

Volgende
Volgende

Raamsingel