Raamsingel

ENGELINA LENDERINK-DE VRIES
12 oktober 1886 (Haarlem) – 18 november 1943 (Auschwitz)

Raamsingel 18b

Engelina de Vries werd in 1886 in Haarlem geboren als zesde kind van Hester Jozef Berkelau en Jacob Abraham de Vries. Dat was op het adres Klein Heiligland 53, waar haar vader winkelier was in glas- en aardewerk. Ook Engelina zelf en verschillende van haar broers en zwagers zouden later dat beroep uitoefenen. Engelina vertrok in maart 1913 naar Amsterdam, waar zij huishoudster werd bij Simon Hammelburg op de Nieuwmarkt. Dat was maar voor enkele maanden, want op 5 juni trouwde zij in Amsterdam met Bernardus Lenderink, en vertrok met hem naar Haarlem, op de Pieter Kiesstraat 66.

Bernardus was een niet-Joodse politieman afkomstig uit Zutphen, die vanaf begin 1909 in Haarlem was gestationeerd. In 1919 stopte hij met dat werk om met Engelina een winkel in aardewerk op de Grote Houtstraat 11 te houden. Op dat adres werden de beide zoons Bernardus Jacob (Ben) en Jacob Albertus (Jaap) geboren. In 1928 werd de winkel verplaatst naar Houtplein 3 en verhuisde het gezin zelf naar de Schouwbroekerstraat in Heemstede. Na de vroegtijdige dood van vader Lenderink in 1932 (aan meningitis) kwam Engelina met haar zoons terug naar Haarlem, op de Raamsingel 18b.

Door de dood van haar man had Engelina niet meer de bescherming die een gemengd huwelijk een tijdlang geboden zou hebben. Zij is op 17 juli 1943 in het kamp Vught binnengebracht, en van daaruit op 15 november 1943 op transport gezet naar Auschwitz. Daar is zij direct bij aankomst als overleden genoteerd. Dat moet betekenen dat zij aan een ziekte is bezweken, misschien zelfs onderweg al, want dit gehele transport was eerst een aantal weken in quarantaine gezet en pas in januari 1944 vergast.

Zoon Ben is daarna in het verzet gegaan, en op 8 september 1944 doodgeschoten bij een poging munitie te verbergen op een boerderij in Abbenes. Zoon Jaap was vroeg uit huis en bij de marine gegaan. Op de dag van de capitulatie kon zijn schip, de mijnenveger Medusa, nog net wegkomen uit Den Helder. Jaap diende daarna de marine in Engeland en vervolgens in de Oost, zowel tijdens WOII als tijdens de vrijheidsoorlog van Indonesië. In 1943 lag hij twee weken in een ziekenhuis in Perth. Daarheen emigreerde hij definitief binnen twee weken nadat hij in 1950 zijn dienstverband met de marine kon opzeggen. Hij trouwde er en kreeg twee kinderen.

Deportatie uit Vught op 15 november 1943.

Vermoord in Auschwitz op 18 november 1943.

Zij werd 57 jaar.

BERNARDUS JACOB LENDERINK
7 mei 1918 (Haarlem) – 8 september 1944 (Abbenes)

Raamsingel 18b

Ben Lenderink werd op de Grote Houtstraat 11 geboren, boven de winkel van zijn ouders Bernardus Lenderink en Engelina de Vries. Ben heeft, na de dood van zijn vader, van zijn 14e tot zijn 18e bij zijn oom en tante in Den Haag gewoond, dat was misschien voor een opleiding, daarna woonde hij bij zijn moeder op de Raamsingel en zette hij met haar de aardewerkwinkel op het Houtplein voort. Hij gaf bij zijn militaire keuring de zeemacht als eerste voorkeur op, maar werd ingedeeld bij een regiment infanterie. Hij diende van maart 1938 tot eind februari 1939.

Wellicht heeft Ben uit diensttijd een revolver mee naar huis genomen. In zijn boek Velsen, bezet en bevrijd, beschrijft Guus Hartendorf hoe Ben in 1942 door ene Peter van den Berg werd geworven voor een op te zetten knokploeg in Heemstede, en zich daar al snel ontpopte met leidinggevende capaciteiten, maar ook een ladykiller werd. Hij had in het verzet de schuilnaam Flip. Op 25 juli 1944 nam Ben deel aan een gewapende overval op het politiebureau van Heemstede. Zes weken later kwam hij met twee medestanders, Albert Hoekstra en Johan van der Hulst, om bij een misgelopen actie om munitie te verbergen op een boerderij in Abbenes. Dat was drie dagen na Dolle Dinsdag. Het doel van de munitie was, dat het verzet snel in actie zou kunnen komen als de Duitsers zouden besluiten de Haarlemmermeer onder water te zetten via het gemaal Leeghwater.

De actie was ontdekt door twee toevallig passerende landwachters, die de Duitse politie waarschuwden. Het drietal verzetsmensen werd op de boerderij ontdekt en door drie SD-ers ter plekke doodgeschoten, ieder één. De actie is zowel op basis van verslag van ooggetuigen als door de verhoren van de betrokken SD-ers goed gedocumenteerd. Een klein monumentje in Abbenes herinnert eraan, al is de betreffende boerderij later gesloopt. Het drietal is op Westerveld gecremeerd, hun urnen zijn later begraven op de Eerebegraafplaats aan de Zeeweg in Overveen.

Standrechtelijk geëxecuteerd in Abbenes, op 8 september 1944.

Hij werd 26 jaar.

GRIETJE OCKERSEN-POLAK
5 januari 1886 (Haarlem) – 9 april 1943 (Sobibor)

Raamsingel 50 zw

Grietje is geboren in Haarlem op 5 januari 1886. Zij was de 3e dochter uit een gezin van 5 dochters. De oudste werd geboren in Amsterdam. Het gezin van Abraham Polak (geboren in Meppel) en Jettje de Vries verhuisde in april 1885 naar Haarlem waar de andere 4 dochters geboren werden. De oudste, Jansje, overleed in 1933. Beide ouders overleden in de jaren twintig. Het gezin woonde enige tijd op de Bakenessergracht op 55 en later op 57. De jongere zussen Aaltje en Reintje  werden gedeporteerd en vermoord in respectievelijk Sobibor en Auschwitz. Van Saartje is de overlijdensdatum onbekend. 

Grietje trouwde in 1920 in Amsterdam met Nico Ockersen die oorspronkelijk diamantbewerker was. Zus Aaltje was getrouwd met David, een broer van Nico. Aaltje, David en hun beide kinderen werden vermoord in verschillende concentratiekampen. 
Grietje startte in mei 1927, weliswaar op naam van Nico, een dameshoedenwinkel in de Grote Houtstraat 109 in Haarlem. Mogelijk was David hier ook bij betrokken, hij was hoedenmaker van beroep.  


Alhoewel de zaak op naam van Nico stond, blijkt uit advertenties voor personeel door de jaren heen dat Grietje in feite de zaak leidde. Belangstellenden konden zich bij haar melden, mevr. G. Ockersen ! In het Haarlem dagblad van 17 september 1929 wordt gemeld dat een jonge werkneemster, de appreteuse J. de Lugt bij een ongeluk op het Staten Bolwerk was omgekomen. “De patrones (van firma Ockersen) vertelde zeer ontdaan te zijn”. 


In september 1936 werd de zaak verplaatst naar Raamsingel 50 zwart. Dit adres werd al langer als woonadres genoemd, alhoewel ook in de Grote Houtstraat een vermelding van bewoning is van Nico en Grietje. Volgens de Kamer van Koophandel werd de zaak in november 1941 door Nico opgeheven en uitgeschreven in april 1942 daar Nico “niet kon betalen”. 
 
Het is niet duidelijk wanneer Grietje opgepakt is. Op 26 februari 1943 wordt ze ingeschreven in Kamp Vught, op 31 maart 1943 in Westerbork. Van hieruit wordt ze op 6 april naar Sobibor gedeporteerd en daar meteen na aankomst, op 9 april vermoord. 
Nico duikt onder, onbekend is waar. Hij trouwt in oktober 1946 met Helena Henny. Hij overlijdt in 1985 in Amsterdam.   

Deportatie uit Westerbork op 6 april 1943.

Vermoord in Sobibor op 9 april 1943.

Zij werd 57 jaar.

Vorige
Vorige

Frederikspark

Volgende
Volgende

Koninginneweg