Caninefatenstraat

Pasfoto Joseph Blik, 1944 (Rijksarchief België)

JOSEPH BLIK
19 maart 1926 (Amsterdam) – 15 december 1944 (Mauthausen)

Caninefatenstraat 54

Joseph, ‘Jopie’, is enig kind van het echtpaar Meijer Blik (1898-1994) en Judith ‘Jetty’ van Beetz (1902-1989). Zijn vader en grootvader werkten als diamantbewerker. Later stapt Meijer uit dit vak en wordt handelaar in damesmode, waarschijnlijk als partner van zijn echtgenote.

Kort voor de oorlog, op 4 november 1939, verhuist het gezin Blik-Van Beetz van hun Amsterdamse adres Andreas Bonnstraat 12 III naar Haarlem en gaat wonen op het adres Houtplein 2zw. Op Houtplein 2 (dan nog aangeduid als Plein 2) staat in het adresboek van Haarlem van 1942 “Mej. J. van Beetz”, Judith Blik-Van Beetz, vermeld als filiaalhoudster. Blijkbaar is zij dan degene die daar hoofdverantwoordelijke is en niet haar man. Vanaf eind 1939 was op dit adres het “Modelhuis Ratjari/Speciaalhuis voor japonnen” gevestigd. Judith van Beetz was hier filiaalhoudster en wel van haar broer Wolf en diens echtgenote Clara Pool. Dit laatste echtpaar exploiteerde vanaf 1937 de gelijknamige winkel in damesmode op het adres Utrechtsestraat 18 in Amsterdam.

Vanaf 8 mei 1942 staat het gezin Blik-Van Beetz officieel geregistreerd als bewoners van Caninefatenstraat 54, komende van Plein 2. Op dit adres woont vanaf september 1939 ook al het gezin Van Beetz-Cohen. Het betreft de broer van Judith, Leendert van Beetz (1908-Amsterdam 1979; diamantslijper en vervolgens radio-reparateur en chef van een pelterij in Haarlem), Hanna ‘Anna’ van Beetz-Cohen (1910-Amsterdam 1991) en dochter Rachel ‘Elly’ van Beetz (1929-2015). Van dochter Rachel zijn herinneringen aan de oorlog bewaard dankzij het interview dat met haar is gemaakt in het kader van het Spielbergproject. Zo vertelt dat haar vader in de oorlog actief werd in het verzet in Haarlem en diens contacten met de ‘goede’ Haarlemse rechercheur Van der Lee. Rachels moeder Hanna van Beetz-Cohen, met de verzetsnaam Wilhelmina Gorissen, is vanuit de onderduik onder andere als koerierster actief in het verzet. Zij is hiervoor in 1982 onderscheiden met het Verzetsherdenkingskruis. Dit gezin overleeft de oorlog in Soest waar met hulp van de burgemeester en een agent hun vervalste persoonsbewijzen worden vervangen door echte (maar met behoud van hun schuilnamen).

Als het gezin Blik-Van Beetz in de Caninefatenstraat woont, worden de namen van de gezinsleden vastgelegd op kaarten van de Joodse Raad. Misschien is de uitsluiting van joden en de daarmee gepaard gaande verarming mede de oorzaak ervan dat het gezin Blik vanaf 1941 probeert wat geld te verdienen door de verkoop van luxe apparaten. Zo wordt in het Haarlems Dagblad op 25 maart 1941 een “pracht Philips-radio” en op 11 februari 1942 een electrische grammofooncombinatie in cassette te koop aangeboden. Op 15 april 1941, dus drie weken na de eerste advertentie van het gezin Blik, werd de Duitse maatregel van kracht dat joden hun radio moesten inleveren. Misschien hadden zij al een vermoeden dat deze maatregel ophanden was.

Op 16 februari 1943 wordt het joden verboden om nog langer in Haarlem te wonen waarna het gezin, als het toen nog in Haarlem woonde, moet verhuizen naar Amsterdam. Inmiddels heeft Joseph zich bekwaamd in het vak van bontwerker. Misschien hebben de ouders van Joseph al in de tweede helft van 1942 gekozen voor onderduik. Daarbij kan een rol gespeeld hebben dat zij in familieverband al snel met vervolging werden geconfronteerd: Judith’s broer Wolf werd in juli 1942 in Kamp Amersfoort gevangengezet en een maand later vermoord in Auschwitz. Zijn echtgenote Clara Pool en zoon Harry duiken onder in België en overleven de oorlog. Op de Haarlemse woningkaart wordt voor het gezin Van Beetz-Cohen genoteerd dat zij op 21 mei 1943 naar Amsterdam zijn verhuisd en bij het gezin Blik-Van Beetz wordt op 7 oktober 1943 VOW (Vertrokken Onbekend Waarheen) genoteerd. Die registratie loopt zeer waarschijnlijk achter op de feiten, ook gezien het feit dat op 3 mei 1943 een nieuwe hoofdbewoner op dit adres is ingeschreven.

Het echtpaar Blik-Van Beetz vertrekt in de tweede helft van 1942 of, waarschijnlijker, in de eerste maanden van 1943 naar België en gaat in Auderghem bij Brussel wonen. Zij redden zich met valse papieren en leven dus niet letterlijk ondergedoken. Ook Joseph komt naar Brussel. Eerder woont hij nog een tijdje bij zijn oom, de diamanthandelaar Philip van Beetz (vermoord Sobibor 21 mei 1943) in de Amsterdamse Tilanusstraat op nummer 43 I en in die periode zal hij gewerkt hebben voor de transportdienst van de Joodse Raad. Op zijn kaart van de Joodse Raad staat genoteerd dat hij op 13 april 1943 met onbekende bestemming – lees: België – is vertrokken. In België beschikt hij over een vervalst persoonsbewijs en gaat dan door het leven als ‘Pierre Sergeant’, geboren op 17 juni 1926 in het Belgische Heijster.

Op 3 augustus 1944, een maand voor de bevrijding van Brussel door de geallieerden, wordt Joseph gearresteerd. Hij wordt twee weken later overgebracht naar Namen en heeft dan inmiddels de administratieve identiteit van ‘Pierre Blik’ aangemeten gekregen. Zijn ondervragers krijgen niet van hem te horen dat hij joods is. Hij wordt bestempeld als politiek vluchteling. Op 31 augustus 1944 gaat hij op transport richting Duitsland en via enkele tussenstops komt hij op 16 september 1944 aan in het kamp Mauthausen (registratienummer 99654). Daar wordt hij, misschien omdat bij inspectie wordt opgemerkt dat hij besneden is, alsnog geïdentificeerd als jood. Vanuit Mauthausen volgt drie maanden dwangarbeid in de ondergrondse Messerschmitt fabriek Bergkristall. Dan wordt hij teruggebracht naar Mauthausen en opgenomen in het ziekenhuis. Daar sterft hij door uitputting en ziekte op 15 december 1944.

De ouders van Joseph overleven de oorlog. Judith Blik-Van Beetz heeft na de oorlog samen met haar zus Reina Cohen-Van Beetz (1913-1996) zowel een mode- als een parfumeriezaak in Den Haag.

Deportatie uit Brussel op 17 augustus 1944.

Vermoord in Mauthausen op 15 december 1944.

Hij werd 18 jaar.

Bronnen: https://www.joodsamsterdam.nl/meijer-blik-en-jetje-van-beetz/; https://www.joodsmonument.nl/nl/page/736752/het-mysterie-van-joseph-annex-pierre-blik (met dank aan Walter Alexander Halberstadt); Interview met Rachel Meester-Van Beetz , vha.usc.edu/testimony/47489; joodsamsterdam.nl.

Vorige
Vorige

Sperwerstraat

Volgende
Volgende

Roerdompstraat