Floraplein
RACHEL NANETTE CATS-MENDES DA COSTA
20 februari 1882(Amsterdam) – juli 1944 (Auschwitz)
Floraplein 4
Rachel Nanette Cats- Mendes da Costa werd geboren in Amsterdam op 20 februari 1882. Haar vader was Isaac Mendes da Costa. Haar moeder was Judith Teixeira de Mattos. Kort na de geboorte van Rachel overleed zij in april 1882. Zowel de familie van Judith als echtgenoot Isaac plaatsten een advertentie waarbij de naam van Rachel niet vermeld werd. Rachel woonde hierna enige tijd bij haar tante die ook Judith heette (zus van haar vader) naast haar ouderlijk huis.
Vader Isaac hertrouwde vrij kort daarna met Marianne van Weenen. Zij kregen in 1885 een dochter, Anna Judith, halfzusje van Rachel. Zowel Marianne als Anna en haar echtgenoot werden gedeporteerd en vermoord. Hun zoon en neef van Rachel, Daniel da Silva overleefde de oorlog. Vader Isaac overleed in 1926.
Rachel huwde op 19 maart 1913 met Elizar Cats en verhuisde naar Haarlem. Hij woonde op het Floraplein 4 waar hij pianolessen aan huis gaf. Hij was ook dirigent van enkele kleine orkesten en gaf met zijn leerlingen regelmatig uitvoeringen en concerten. Bij zijn overlijden in november 1937 werd hij in enkele artikelen in de krant herdacht. Rachel blijft wonen op het Floraplein en vraagt in 1941
een hulp in de huishouding voor halve dagen.
In oktober 1942 is Rachel opgenomen in het Diaconessenhuis. Zij schrijft op 7 en 14 oktober aan de politie van Haarlem 2 brieven met daarin o.a. het verzoek om documenten, trouwboekje en andere papieren te laten ophalen. Ook verzoekt ze om verdere bewaking van haar eigendommen. Ze geeft aan “zeer zwak” te zijn. Op 14 oktober verzoekt ze om deze reden om vrijstelling van deportatie.
Op 22 februari 1943 wordt ze ingeschreven op het adres van haar halfzus Anna in de Keplerstraat in Amsterdam, gedwongen door Duitse maatregelen dan wel door haar lichamelijke toestand?
Op 2 april 1944 wordt ze gedeporteerd naar Westerbork en van daaruit op 22 april naar Theresienstadt. Op 16 mei wordt zij naar Auschwitz overgebracht in een grotere groep “ Portugese Joden” met Transport Ea.
Ze komt daar terecht in een modelkamp: het “ Familienlager” bedoeld om o.a. Rode Kruisinspecties te misleiden. Uiteindelijk wordt vrijwel de hele groep vermoord, volgens Yad Vashem op 10 juli. Andere bronnen spreken over 12 of 17 juli 1944. Op de Struikelsteen wordt 1 juli 1944 vermeld zoals op Joods Monument.
Deportatie uit Westerbork op 2 april 1944.
Vermoord in Auschwitz op juli 1944.
Zij werd 62 jaar.
ANNA BEOLINA POLAK – VAN OSS
5 november 1878 (Vierlingsbeek N.B.) – 22 mei 1944 (Auschwitz)
Floraplein 4
Anna Beolina werd geboren op 5 november 1878 in Vierlingsbeek (N.B.) als een van de jongere kinderen van Marcus van Oss en Roosje Meijer. Dit echtpaar kreeg 12 kinderen (8 dochters en 4 zonen) waarvan enkelen al jong stierven. Anderen zijn in de oorlog omgekomen. Volgens de informatie op Joods Monument hebben 2 zussen en een broer de oorlog overleefd.
Anna trouwde op 6 februari 1907 in Vierlingsbeek met Jacob Alexander Polak. Zij vestigden zich in Gorinchem waar Anna en Jacob een kleding- en textielwinkel hadden. Jacob was actief in de Joodse gemeente. Hij overleed in 1928 op 48 jarige leeftijd. Anna zette de winkel nog enige tijd voort, dit wordt als haar beroep vermeld in 1933.
Ondertussen hadden zij 3 kinderen gekregen:
-Jo Alexander in 1908, hij werd journalist
-Marcus Alexander in 1910, hij was magazijnbediende
-Catherina Rosina (Kitty) in 1911, zij was verpleegkundige.
Anna bleef in Gorinchem wonen tot zij ongeveer in 1933 naar Haarlem kwam. Daar woonde op dat moment haar oudste zoon Jo Alexander. Hij was in 1930 gehuwd met de Amsterdamse Rosalie van Gelder die pianolerares was. Jo en Rosalie kregen 2 kinderen, Jaap in 1933 en Ruth in 1935. Zij is het meisje op de foto, met oma Anna.
Jo was journalist en hield vanaf 1940 een dagboek (te vinden bij het NIOD ) bij waarin vooral de politieke en militaire situatie van dat moment beschreven staat. Het gezin moest onderduiken waarbij Jaap op een adres in Limburg de oorlog overleefde en Ruth op meerdere adressen werd ondergebracht en overleefde. Ruth heeft haar verhaal o.a. verteld in een podcast van het NOS Jeugdjournaal. Jo en Rosalie werden op hun onderduikadressen opgepakt en beiden vermoord in Auschwitz (1944)
Zoon Marcus werd ook gedeporteerd en vermoord in Midden-Europa in 1944. Hij was ongehuwd.
Kitty overleefde de oorlog in onderduik. Zij werkte in 1940 in de Joodsche Invalide in Amsterdam. Zij was bij de ontruiming daarvan in maart 1943 al ondergedoken. Na de oorlog werkte zij op diverse plaatsen als verpleegkundige en overleed in 1987. Zij bleef ongehuwd.
Anna bleef na het vertrek van Jo en Rosalie (zij gingen naar Utrecht) in Haarlem wonen op verschillende adressen o.a. in de v.d. Meerstraat en de Mr. Cornelisstraat . Volgens de woningkaart van Floraplein 4 kwam zij hier wonen in november 1941 en werd ze uitgeschreven als VOW (vertrokken, onbekend waarheen) in november 1943.
Uit de gezinskaarten en de Cartotheek van de Joodse Raad lijkt het erop dat Anna op verschillende adressen ingeschreven is geweest. Er zijn meerdere kaarten van haar bij de Joodse Raad. Op een daarvan staat zij met de achternaam Roland op een andere op het adres Weesperplein 1, het adres van de Joodsche Invalide en het voormalige werkadres van dochter Kitty. Op de achterkant van deze kaart staat vermeld dat er in nov. 1945 door dames van Oss uit Apeldoorn “ geïnformeerd” is.
Anna wordt uiteindelijk toch naar Westerbork gebracht, op 20 april 1944. Met het transport van 19 mei wordt ze naar Auschwitz gedeporteerd en daar meteen vermoord op 22 mei 1944.
Onder meer het vertrek van dit transport is als enige gefilmd in opdracht van de Duitsers en bekend geworden als de “Westerborkfilm”. Of Anna op de filmbeelden voorkomt, is niet bekend.
Deportatie uit Westerbork op 19 mei 1944.
Vermoord in Auschwitz op 22 mei 1944.
Zij werd 65 jaar.
DORIENA FREDERIKA MUNTENDAM-VAN COEVORDEN
6 september 1869 (Hollandscheveld) – 11 juni 1943 (Sobibor)
Floraplein 14
Doriena van Coevorden werd in Hollandscheveld geboren als middelste van drie kinderen in het gezin van dokter Louis Isaäk van Coevorden en zijn vrouw Marianna Jacobs, die een oudere zus was van Aletta Jacobs. Haar lagere schooljaren bracht ze door in Slochteren, en haar middelbare schooljaren in Amsterdam, waar het gezin in de P.C. Hooftstraat woonde. Vader was overigens meerdere jaren afwezig, want werkzaam als marine-arts in zowel Indië als Den Helder. Om voor tandarts te studeren, verhuisde Doriena naar Utrecht.
Daar trouwde ze in 1895 met Pieter Muntendam, beiden nog tijdens hun studie. Pieter was in opleiding voor oogarts. Nadat Doriena eind 1902 klaar was met haar studie, vestigden beiden zich met een praktijk als tand- resp. oogarts op de Jan Luykenstraat 31 in Amsterdam. Intussen was in 1901 hun enige kind geboren, eveneens Pieter Muntendam genaamd, die later arts en sociaal geneesheer zou worden. Doriena was zelf ook sociaal actief – haar naam komt voor in verschillende maatschappelijke commissies en besturen. In 1927 overleed Doriena’s man Pieter op 60-jarige leeftijd, kennelijk onverwacht, in het hotel Villa Beerenstein in Bussum. Kort daarop verhuisde Doriena naar Den Haag, waar ze aan de Patrijzenlaan praktijk hield. Na haar pensionering trok ze in op Groot Hertoginnelaan 135, vermoedelijk een pension.
Doriena was er in geslaagd zonder godsdienst bij de gemeente Den Haag bekend te staan. Najaar 1942 maakte zij zich misschien toch zorgen over de regelmatige razzia’s in die stad. In elk geval verhuisde zij eind november 1942 naar het rusthuis van de vakbondsleider Bertus Bouwman op het Floraplein in Haarlem. Ze gaf geen gehoor aan de oproep van 9 februari 1943 aan alle Joden in Haarlem om naar Amsterdam te vertrekken. Maar op 25 mei werd ze door de Haarlemse politie opgehaald, in opdracht van de SD, die wel van haar Joodse afkomst wist en haar in Westerbork interneerde. Twee weken later werd ze gedeporteerd naar Sobibor, en daar bij aankomst vergast.
Haar zoon dook onder in Oosterzee (Friesland), na een tip dat hij gevaar liep wegens hulp aan ‘de vijand’. Hij overleefde de oorlog, net als zijn vrouw en kinderen, en werd later staatssecretaris van volksgezondheid en rector van de Rijksuniversiteit Leiden.
Deportatie uit Westerbork op 8 juni 1943.
Vermoord in Sobibor op 11 juni 1943.
Zij werd 73 jaar.