Floraplein
DORIENA FREDERIKA MUNTENDAM-VAN COEVORDEN
6 september 1869 (Hollandscheveld) – 11 juni 1943 (Sobibor)
Floraplein 14
Doriena van Coevorden werd in Hollandscheveld geboren als middelste van drie kinderen in het gezin van dokter Louis Isaäk van Coevorden en zijn vrouw Marianna Jacobs, die een oudere zus was van Aletta Jacobs. Haar lagere schooljaren bracht ze door in Slochteren, en haar middelbare schooljaren in Amsterdam, waar het gezin in de P.C. Hooftstraat woonde. Vader was overigens meerdere jaren afwezig, want werkzaam als marine-arts in zowel Indië als Den Helder. Om voor tandarts te studeren, verhuisde Doriena naar Utrecht.
Daar trouwde ze in 1895 met Pieter Muntendam, beiden nog tijdens hun studie. Pieter was in opleiding voor oogarts. Nadat Doriena eind 1902 klaar was met haar studie, vestigden beiden zich met een praktijk als tand- resp. oogarts op de Jan Luykenstraat 31 in Amsterdam. Intussen was in 1901 hun enige kind geboren, eveneens Pieter Muntendam genaamd, die later arts en sociaal geneesheer zou worden. Doriena was zelf ook sociaal actief – haar naam komt voor in verschillende maatschappelijke commissies en besturen. In 1927 overleed Doriena’s man Pieter op 60-jarige leeftijd, kennelijk onverwacht, in het hotel Villa Beerenstein in Bussum. Kort daarop verhuisde Doriena naar Den Haag, waar ze aan de Patrijzenlaan praktijk hield. Na haar pensionering trok ze in op Groot Hertoginnelaan 135, vermoedelijk een pension.
Doriena was er in geslaagd zonder godsdienst bij de gemeente Den Haag bekend te staan. Najaar 1942 maakte zij zich misschien toch zorgen over de regelmatige razzia’s in die stad. In elk geval verhuisde zij eind november 1942 naar het rusthuis van de vakbondsleider Bertus Bouwman op het Floraplein in Haarlem. Ze gaf geen gehoor aan de oproep van 9 februari 1943 aan alle Joden in Haarlem om naar Amsterdam te vertrekken. Maar op 25 mei werd ze door de Haarlemse politie opgehaald, in opdracht van de SD, die wel van haar Joodse afkomst wist en haar in Westerbork interneerde. Twee weken later werd ze gedeporteerd naar Sobibor, en daar bij aankomst vergast.
Haar zoon en zijn gezin overleefden de oorlog, ondergedoken in Oosterzee (Friesland). Hij werd later PvdA-staatssecretaris van volksgezondheid en rector van de Rijksuniversiteit Leiden.
Deportatie uit Westerbork op 8 juni 1943.
Vermoord in Sobibor op 11 juni 1943.
Zij werd 73 jaar.