Oranjeplein  

ISAAC HAÏM BARUCH
4 mei 1871 (Amsterdam) – 25 maart 1944 (Theresienstadt)

Oranjeplein 34

Isaac Haïm was de tweede van de negen kinderen van Isaac Sacharias Baruch (1846-1900) en Sara Eliazer Pezaro (1846-1885). Hij werd in Amsterdam geboren, maar bracht een deel van zijn jeugd door in Parijs, waar enkele van zijn broers en zusters ter wereld kwamen. Zowel zijn vader als moeder stamden af van Portugese Joden die actief waren in de diamantbewerking. Ook Isaac Haïm leerde het diamantvak en bracht het tot slijper. Hij werd deels in Antwerpen opgeleid.

In 1898 trouwde hij met Anna Rodrigues Pereira, wier naam verraadt dat zij ook een telg van een Sefardische familie was. Zij was het tweede kind (van de vier) van de Haarlemse effectenmakelaar Mozes Rodrigues Pereira (1847-1914) en Sara Santcroos (1847-1907), die op het Kenaupark 14 woonden. Isaac en Anna kregen drie kinderen: Sara in 1899, Selly in 1902 en Leonard in 1905. Zij verhuisden in 1912 van Amsterdam naar Heemstede en vervolgens in 1921 naar het Oranjeplein, dat in 1927 werd geannexeerd door Haarlem. Toen de oorlog begon, was Anna overleden (1937) en Sara en Leonard waren getrouwd en het huis uit. Isaac Haïm woonde nog met zijn dochter Selly op het Oranjeplein. In februari 1943 gaven zij gehoor aan de verplichting naar Amsterdam te verhuizen, waar zij terecht kwamen op de Waverstraat 91 (1-hoog), in één appartement samen met Sara en haar echtgenoot Gerard Smit.

De familie Baruch heeft, ook met hulp van zoon Leonard, getracht vrijgesteld te worden van deportatie naar het oosten, zich beroepend op de denklijn van anatoom Arie de Froe, de latere UvA-rector, die met zijn rapport De Joden in Nederland (1943) wilde aantonen dat de Sefardische Joden niet de Joodse ‘raskenmerken’ hadden en dus als arisch moesten worden behandeld. Plaatsing op de zg. Calmeyer­lijst van Joodse ‘twijfelgevallen’ leidde wel tot uitstel van deportatie, maar in februari 1944 moesten Isaac Haïm en Selly zich toch melden. Op 25 februari werden zij vanuit Westerbork naar Theresienstadt gedeporteerd. Daar bezweek de inmiddels 72-jarige Isaac een maand later.

Selly zou Theresienstadt en Auschwitz overleven, maar niet de dodenmarsen op de terugweg. Sara en Leonard, beiden met niet-Joden getrouwd, overleefden de oorlog. Isaacs zus Mirjam werd in 1942 in Auschwitz vermoord. Zijn andere broers en zussen waren al voor 1940 overleden, maar van zijn zus Abigael zijn wel nabestaanden in leven. Anna’s zus Mirjam werd eveneens in Auschwitz vermoord; haar beide broers stierven voordat de nazi’s daar de kans toe kregen.

Deportatie uit Westerbork op 25 februari 1944.

Vermoord in Theresienstadt op 25 maart 1944.

Hij werd 72 jaar.

uit familiebezit

SELLY BARUCH
28 januari 1902 (Amsterdam) – 28 februari 1945 (Midden-Europa)

Oranjeplein 34

Selly Baruch was het tweede kind van Isaac Haïm Baruch en Anna Rodrigues Pereira. Zij is ongetrouwd gebleven en bij haar ouders blijven wonen; na het overlijden van haar moeder in 1937 zorgde ze voor haar vader aan het Oranjeplein. Selly was stenotypiste van beroep en werkte in Amsterdam bij een firma in handelsverzekeringen.

Selly’s oudere zus Sara was tekenares. Zij trouwde in september 1926 met Gerard Smit, een kunstenaar die op de Gedempte Oude Gracht een winkel in kunsthandwerk had. Die winkel draagt nog steeds zijn naam. Haar broer Leonard studeerde vanaf 1925 farmacie en opende in 1932 een apotheek op de Zandvoortselaan 164, later 162 – beide panden waren gekocht door vader Baruch. Leonard trouwde in 1934 in Leeds met de Engelse Mabel Elizabeth White, uit een familie van lakenkopers, en kreeg met haar in 1937 een dochtertje, Elizabeth Rhoda. Leonard was tevens (net als zijn vader) amateurfotograaf, een selectie uit zijn foto’s is in 1993 postuum in boekvorm verschenen (getiteld Haarlem, verdwenen stadsbeelden), met daarin ook zijn levensverhaal.

De Baruchs hebben lang getracht en gehoopt, als Portugese Joden aan deportatie te ontkomen. Selly en haar vader werden uiteindelijk toch opgeroepen voor deportatie, en hebben zich op 3 februari 1944 bij de Amsterdamse politie gemeld. Ze zijn op 25 februari 1944 van Westerbork naar Theresienstadt gedeporteerd. Isaac is daar een maand later, op 25 maart, bezweken. Selly is er gebleven totdat zij met het transport van 9 oktober 1944 naar Auschwitz werd doorgestuurd. Waarschijnlijk heeft ze Auschwitz overleefd en is op de terugweg bezweken, tijdens de dodenmarsen; dat vermoeden we omdat er geen kamp als sterfplaats is geregistreerd. In haar overlijdensakte is de laatste dag van februari 1945 als sterfdatum aangenomen.

Sara en Gerard hebben de oorlog overleefd. Ook Leonard en Mabel, met hun dochtertje Rhoda, wisten uit handen van de bezetter te blijven, Leonard was zelfs na ontsnapping uit een werkkamp ondergedoken op de zolder van zijn eigen huis. Van de familie Baruch is een uitgebreid archief bewaard gebleven en te raadplegen bij het Joods Museum.

Deportatie uit Westerbork op 25 februari 1944.

Vermoord in Midden-Europa, op of voor 28 februari 1945.

Zij werd 43 jaar.

Foto: Joods monument

Vorige
Vorige

Wagenweg

Volgende
Volgende

Floraplein