Uit den Bosstraat  

HENDRIKA VAN GELDER
14 februari 1895 (Buitenzorg) – 23 juli 1943 Sobibor

Uit den Bosstraat 4

Hendrika van Gelder werd geboren op 14 februari  1895 in Buitenzorg (destijds Nederlands Indie) Zij was de oudste van een gezin met 5 kinderen, 3 dochters en 2 zonen. Alle kinderen zijn op diverse plaatsen in Nederlands Indie geboren.
Vader Heiman van Gelder was als militair hier naar toe gegaan en verlengde enkele malen zijn contract. Hij was onderofficier en hoornblazer bij verschillende leger-onderdelen. Hij kwam oorspronkelijk uit Groningen waar ook zijn echtgenote Rika van Gelder vandaan kwam. Zij trouwden in 1889 in Groningen en vertrokken daarna naar Nederlands Indie. Ze kwamen enige malen terug naar Nederland en verbleven dan in Amsterdam. Rond 1912 vestigde het gezin zich in Amsterdam.
Hendrika bleef ongehuwd en werkte als schrijfster bij de PTT. Ze verhuisde in januari 1931 naar Haarlem. Ze woonde op verschillende adressen onder andere op de Leidsevaart en in de Tempelierstraat. Uit de woningkaarten blijkt dat ze steeds inwoonde, ze had geen zelfstandige woonruimte.

Haar moeder Rika overleed in 1935. Niet lang hierna  in februari 1936, verhuisde vader Heiman naar Haarlem en hertrouwde in mei 1937 met Johanna Elisabeth Stuffers. Mogelijk verhuisde hij naar Haarlem omdat Hendrika, de oudste van de kinderen hier al woonde. Heiman woonde op de Badhuisstraat 12 en overleed in november 1940 aan een hartverlamming.

Hendrika was ondertussen verhuisd van het Kenaupark naar de UitdenBoschstraat 4. Ze woonde in bij de familie Brantsen. Op de woningkaart van dit adres is zij op 9 juli 1943 met onbekende bestemming (v.o.w.) uitgeschreven.

Wanneer zij naar Westerbork is gebracht, is niet duidelijk. In het Joodsch Weekblad van september 1942 verscheen bovenstaande advertentie. Dit zou er op kunnen wijzen dat ze met de deportaties van augustus 1942 al naar Westerbork is gebracht. Of op deze advertentie reactie is gekomen, is onbekend.

Van het gezin van Gelder zijn 2 zussen en een broer van Hendrika in het najaar van 1942 in  Auschwitz vermoord. Broer Abraham was in 1939 overleden.

Deportatie uit Westerbork op 20 juli 1943.

Vermoord in Sobibor op 23 juli 1943.

Zij werd 48 jaar.

JOHANNA WALL - MATTHIAS
4 november 1863 ( Koschmin) – 19 februari 1943 ( Auschwitz)

Uit den Bosstraat 7

Johanna werd geboren op 4 november 1863 in Koschmin (destijds Duitstalig Pools gebied) Over haar achtergrond is weinig bekend. In 1891 trouwde zij met Leopold Wall in het Pruisische Samter (nu Polen) Daar worden hun 2 dochters geboren, Gisela in 1892 en Margaretha in 1896. Johanna en Leopold krijgen ook een zoon Ignatz waarvan de geboortedatum niet bekend is en 2 heel jong overleden kinderen. Leopold is koopman, Johanna heeft zover bekend geen beroep. Johanna en Leopold zijn waarschijnlijk al voor 1920 naar Amsterdam verhuisd.

Dochter Gisela trouwt  in 1912 in Samter met de Nederlandse Mozes Knorringa. Zij hebben elkaar leren kennen via een contactadvertentie. Al snel na hun huwelijk verhuizen ze naar Wageningen. in 1913 wordt hun dochter Senta geboren. Mozes is militair en werkt vaak in Bussum waarheen het gezin in 1918 verhuist. Na zijn militaire tijd is hij docent boekhouden en handelsrekenen en belastingadviseur. Tevens is hij Inspecteur der Belastingen in Amsterdam. Van Gisela is geen beroep of werk bekend.
Dochter Margaretha gaat in 1921 in Nederland wonen, eerst bij haar zus in Bussum, later bij haar ouders in Amsterdam. Marga werkt haar hele leven als kantoorbediende en secretaresse en later ook als beëdigd tolk Duits. Ze blijft ongehuwd, woonde eerst in en later zelfstandig op diverse adressen in Amsterdam.

Van zoon Ignaz is bekend dat hij in Samter een goedlopende radio en elektrotechnische winkel had. Door de Duitse maatregelen tegen Joden werd de handel echter verboden. Ignaz protesteerde hier nog wel tegen bij de “ Reichsrundfunkkammer”  maar dat baatte niet. In 1937 emigreert hij naar Argentinië na een kort verblijf bij Gisela in Haarlem. Hij staat op de woningkaart vermeld met een vrouwelijke partner, mogelijk Alicia Tobias. Zijn geboortedatum is niet bekend maar zijn grafsteen in Buenos Aires vermeldt als sterfdag 8 januari 1968. Hun verdere levensloop is onbekend.

Het gezin van Gisela verhuist naar de Koninginneweg in Amsterdam. Johanna en Leopold wonen daar ook. Senta gaat hier naar de middelbare school.

De grafsteen van Leopold (in het Duits) in Muiderberg.

In januari 1928 overlijdt Mozes, de man van Gisela en in november overlijdt Leopold, de man van Johanna . Beiden worden begraven op de Joodse Begraafplaats in Muiderberg.

In 1930 trouwt Gisela met de weduwnaar Cor Esseling die een stuk ouder was en al 3 kinderen heeft. Johanna gaat met haar dochter mee naar Haarlem, naar de Uitdenboschstraat 7. (Klein-) dochter Senta en de jongste zoon van Cor, Karel wonen ook nog thuis. Senta gaat sociologie studeren en gaat na stages in Amerika werken in voormalig Nederlands Indie. Zij vertrekt april 1940 en komt in 1946 weer terug. Zij heeft tijdens de oorlog geen weet van wat er met haar oma en tante’s en andere familieleden gebeurd is. Zij blijft ongehuwd, werkt bij Joods Maatschappelijk Werk en overlijdt in 1989 in Amsterdam.

Margaretha links, Johanna rechts, Gisela onder.

Als de oorlog uitbreekt en de razzia’s beginnen, besluiten Gisela en Margaretha onder te duiken. Cor Esselink zorgt voor onderduikadressen voor Gisela en Margaretha. Hij wordt ruim 8 maanden vastgezet in Kamp Vught omdat hij hun adressen niet wil noemen maar wordt vrijgekocht. Waar Gisela en Margaretha verbleven hebben, is niet bekend, waarschijnlijk op diverse adressen in Amsterdam. Na de oorlog blijft Margaretha in Amsterdam wonen, ze wordt 95 jaar.
Gisela komt weer terug naar Haarlem en verhuist samen met Cor in 1954 naar Santpoort-Zuid. Cor overlijdt in 1960. Gisela overlijdt op 87 jarige leeftijd  in verpleeghuis Beth Shalom in Amsterdam.

Het is onduidelijk tot wanneer Johanna in Haarlem is gebleven. Het kan zijn dat ze eerst op papier in Amsterdam is ingeschreven om de Duitsers op een dwaalspoor te brengen.  Waarschijnlijk is ze uiteindelijk wel enige tijd in een rusthuis aan de Weesperzijde geweest van waaruit ze in 9 februari 1943 naar Westerbork is gebracht.  Uit een brief van november 1945 van Cor Esseling aan zijn zoon Karel schrijft hij dat Oma te gebrekkig was en zij zelf ook weigerde weg te gaan. Op de kaart van de Joodsche Raad is wel “ geknoeid” met geboortedatum en adres, mogelijk om deportatie te bemoeilijken.

Op 16 februari wordt Johanna vanuit Westerbork gedeporteerd naar Auschwitz en op 19 februari 1943 vermoord.

Gisaela en Margaretha hebben na de oorlog een gedenksteen geplaatst voor Johanna op de Joodse begraafplaats in Muiderberg.

Deportatie uit Westerbork op 16 februari 1943.

Vermoord in Auschwitz op 19 februari 1943.

Zij werd 79 jaar.

Vorige
Vorige

Westerhoutpark

Volgende
Volgende

Spruitenbosstraat